Compassie & Solidariteit
Delen met elkaar

Van droom naar werkelijkheid

Ontstaan  Stichting Rebeca Lidwina

Stichting Rebeca Lidwina is in 2015 opgericht door Ventu Martin Martinez. Ventu heeft enige jaren samen met haar man Pieter in Roemenië gewoond, waar Pieter werkte voor een welzijnsorganisatie.

In 2013 besloot Ventu om vrienden in Roemenië te bezoeken. Onderweg bezocht zij, Casa Esperanței, een hospice. Daar ontmoette zij een wees, Nicolae, een tweejarig jongetje met een hersentumor. Hij was verlaten door zijn ouders en had nog maar kort te leven. Ventu dacht terug aan Krijntje, haar schoonmoeder, die in de jaren dat zij en Pieter in Roemenië woonden vaak op bezoek kwam. Zij bracht dan spulletjes mee voor kinderen in een weeshuis. Daar ontmoette zij de aids-wees Mihai, die tegen Krijntje zei: “Ik heb geen familie meer en ik weet dat ik doodga. Als u mijn oma wilt zijn, dan weet ik dat u zult huilen als ik dood ben. Want dat betekent dat er iemand is die van je houdt.” Krijntje werd spontaan Mihai’s oma en hield tot zijn dood contact met hem. Na zijn dood heeft zij om hem gehuild en dacht nog vaak aan hem. Toen Ventu in Nicolaes’ ogen keek, herinnerde zij zich Krijntje en Mihai en dacht: “Wie zal er om jou huilen Nicolae, als jij sterft?” Dit alles raakte haar diep en kon haar niet meer loslaten.

Ze vervolgde haar reis naar Harghita en bezocht een notaris om te informeren naar de mogelijkheid om een stichting op te richten, die o.a. zorg aan terminale kankerpatiënten zou kunnen geven. In Roemenië zocht en vond zij vervolgens gelijkgestemden die zich betrokken voelden bij dit idee. Bij terugkeer heeft Ventu ook in Nederland gelijkgestemden gevonden, die vaak naast persoonlijke ervaringen, zich ook als mens betrokken voelden. Vervolgens zijn Casa Adela in Roemenië en Rebeca Lidwina in Nederland opgericht.

Met voortdurende aandacht en ondersteuning vanuit Nederland aan de vrijwilligers van Casa Adela, vinden er activiteiten plaats. Het is niet altijd gemakkelijk in een land waar het communisme lang heeft geheerst. Het blijft een uitdaging voor ons allen om ons in te zetten voor hen, de meest kwetsbaren, die onze hulp nodig hebben in Roemenië. Velen zullen denken: “Waarom in Roemenië als er ook in Nederland zoveel behoefte is om iets te doen voor de kwetsbaren in de samenleving?” Dan zeggen wij:

“Omdat dit ons is overkomen, het kwam op ons pad zonder ernaar te zoeken. Deze spontane ontmoeting heeft ons diep geraakt en heeft ons overtuigd om daar in actie te komen”.

 

 

In alle delen van Nederland zijn bestuursleden gevonden. Zij komen uit verschillende geledingen van de maatschappij maar zijn gelijkgestemden, die naast persoonlijke ervaringen, zich als mens betrokken voelen bij de activiteiten in beide landen.

De bestuursleden van Stichting Rebeca Lidwina stellen zich hieronder graag aan u voor:

 

Pieter van Abshoven

Ik ben geboren in Ter Aar, een dorp in het Groene Hart van Zuid-Holland. De lagere en middelbare school heb ik doorlopen in Utrecht, in Lombok, een volkswijk, waar later veel migranten kwamen wonen. Vervolgens heb ik Civiele Techniek gestudeerd in Delft. Daarna ben ik lang betrokken geweest om binnen de universiteit meer aandacht te krijgen voor ontwikkelingssamenwerking en de rol van de ingenieur daarin. Denk hierbij aan het organiseren van congressen tot geven van colleges en van het opbouwen van de Aangepaste Technologie Groep aan de Universiteit van Delft tot het geven van technische adviezen aan mensen in ontwikkelingslanden. Ik werd o.a.  bestuurslid van de Stichting T.O.O.L. (Technische Ontwikkeling OntwikkelingsLanden). Ik raakte hierdoor steeds meer geïnteresseerd in cultuur, met name hoe ontwikkeling sterk door cultuur bepaald wordt.

Net voor de muur viel in Berlijn in 1989, startte ik met de studie Antropologie in Utrecht. Het opengaan van Oost-Europa bood mij de gelegenheid om me op die regio te specialiseren. Ik volgde cursussen Hongaars aan de Universiteit van Amsterdam en Debrecen, en in 1993 deed ik een half jaar onderzoek bij Hongaren, die in het oosten van Transsylvanië wonen. Vooral om te zien wat het verdwijnen van het communistische regime voor hen betekende. Ik kwam erachter dat het regime de mensen decennia lang behandeld had als handelingsonbekwaam, als kleine kinderen, niet in staat om verantwoordelijkheid te dragen.

Eenmaal afgestudeerd als Cultureel Antropoloog vond ik werk bij Cordaid, waar ik na een jaar naar Roemenië uitgezonden werd. En zo verhuisde ik in 1997 met mijn Spaanse vrouw en éénjarige dochter naar Boekarest, om daar de organisaties te ondersteunen en te adviseren die door Cordaid gefinancierd werden. Een aantal mensenrechtenorganisaties, een uitgever van een tijdschrift over het milieu, maar ook organisaties actief op het terrein van plattelandsontwikkeling en microkredieten, thuiszorg voor ouderen, straatkinderen en Rroma en speciaal onderwijs. Later kwamen daar projecten bij die door anderen gefinancierd werden, onder andere Europese fondsen. Zo werkte ik mee aan het opstellen van een nationale strategie voor de Rroma voor de Roemeense regering en bij het opzetten van een netwerk van thuiszorgorganisaties en een vrijwilligersgroep voor bezoek aan oudere patiënten. In de Republiek Moldova werkte ik met verschillende organisaties voor het verbeteren van een Speciale School en werkte ik aan noodhulpprojecten voor de verdeling van voedsel en brandstof. In die jaren was ik ook correspondent voor het Nederlandse radioprogramma ‘Wereldnet’. Een programma waarvoor ik zo eens in de zes weken in een rechtstreekse uitzending geïnterviewd werd over het actuele nieuws uit Roemenië.

Na terugkomst in Nederland heb ik uiteenlopende dingen gedaan. Ik heb een aantal korte missies naar Roemenië uitgevoerd: projecten bezoeken, trainingen geven, zakenmensen begeleiden en tolken. In Nederland gaf ik trainingen aan hen die voor korte of langere tijd naar Roemenië gingen en was bestuurslid van de Stichting Roemenië-Hunedoara  te Alphen aan den Rijn. Over mijn ervaringen in Roemenië heb ik artikelen geschreven en in wetenschappelijke tijdschriften gepubliceerd, waaronder ‘Wie bezit, zal oogsten’ en ‘Ze gaan toch zo dood’. Dit gaat over ouderen in Roemenië.. Daarnaast publiceer ik ook over andere onderwerpen, zoals over rituelen rond ziekte en dood, over het huwelijk en zelfs over ijspret. Een paar jaar was ik adviseur voor het kinderprogramma “kinderen in de knel” van Kerk in actie. Daar werkte ik mee aan campagnes ter verbetering van kinderrechten: ‘Kinderen opsluiten is crimineel’, en ‘Help de assepoesters in Peru’.

Van 2010 tot en met 2013 ben ik raadslid voor GroenLinks geweest in Alphen aan den Rijn, en delegatielid voor het congres van de Europese Groene Partij. Momenteel ben ik gepensioneerd maar zit zeker niet stil en verdeel ik mijn tijd tussen de  activiteiten voor ‘de Linkerwang’ (werkgroep religie en politiek van Groen Links), Stichting Rebeca Lidwina‘El Rogante’ het Spaanse taalinstituut van mijn vrouw Ventu en mij (waar we overigens weer ruimte hebben voor nieuwe leerlingen Spaans of Nederlands) en rijden op de taxi (vervoer gehandicapten en ouderen).

 

Pierre van Vliet

 

Ventu Martin Martinez

Ik ben geboren in Spanje en groeide op onder het Franco regime. Mijn huis stond in de buurt van een gevangenis van de Guardia Civil, waar ons gezin werd geconfronteerd met het mishandelen en martelen van gevangenen. Als kind al kon ik niet begrijpen dat deze mensen slecht zouden zijn en tot op heden vraag ik mij af: Hoe kon dit gebeuren en waarom?

Als jongvolwassene stuitte ik op Russische literatuur, feitelijk verboden in die tijd, en ging ik veel lezen over Oost-Europa en Rusland. Het leek wel of ik werd geroepen door die landen, de historie, de manier van leven, maar ook wat er zich politiek afspeelde boeide mij enorm.

Na mijn middelbare school werd ik vrijwilligster bij een kloosterorde in Vila-Real en werkte ik in de arme wijken van de stad met zigeuners, zieken, delinquenten en drugverslaafden. Vervolgens heb ik een periode in Murcia en Frankrijk, gewerkt als religieuse en bleef mij inzetten voor de armen en zieken. Ik twijfelde sterk of ik op deze manier – via de kerk – mijn leven wel de juiste invulling kon geven. Nadat ik uitgetreden was, kwam ik mijn man Pieter tegen, die na zijn studie civiele techniek, toen antropologie studeerde. Ik ging met hem naar Nederland en wij trouwden.

Pieter maakte voor zijn studie reizen naar Roemenië, en ik ging met hem mee. Bij terugkeer naar Nederland maakte ik kennis met het feit dat er vele religies zijn, naast het katholicisme, ook het protestantisme, maar ook het boeddhisme en de islam. Al die geloven boeiden mij enorm en in ieder geloof vond ik waarden, waarnaar ik wilde leven en handelen. In Nederland werd mijn dochter Carmen geboren. Pieter verbond zich na verloop van tijd aan Cordaid en weer gingen wij voor een aantal jaren naar Roemenië, Moldavië en Transnistrië , nu vergezeld van ons dochtertje Carmen. Pieter werkte als antropoloog en civiel ingenieur en ik werkte als vrijwilliger voor de armen en de zieken. We leerden veel mensen kennen, zowel in medische kringen als daarbuiten.

Na terugkeer naar Nederland heb ik me altijd ingezet als vrijwilligster o.a. bij de hospicegroep in Alphen aan den Rijn. Ook werd ik zelf geconfronteerd met kanker en kon mij als ervaringsdeskundige heel goed indenken en invoelen in deze terminale patiënten.

In de loop der jaren ben ik vaak terug geweest naar Roemenië om vrienden te bezoeken. In 2013 kwam ik onderweg bij een hospice terecht, waar ik het tweejarig jongetje Nicolae, ontmoette. Hij had een hersentumor, was verlaten door zijn ouders en had nog maar twee maanden te leven. Zijn eenzaamheid en pijn raakte mij diep en het kon mij niet meer loslaten.

Bij het vervolgen van mijn reis besloot ik een notaris te bezoeken om te informeren naar de mogelijkheid om een stichting op te richten, die o.a. zorg aan terminale kankerpatiënten en aan de armen zou kunnen geven. Vervolgens ben ik op zoek gegaan naar gelijkgestemden die zich betrokken zouden voelen bij dit idee. Erzsebet, één van de vrouwen van deze eerste groep in Roemenië en van beroep advocaat, heeft mij bij dit alles geholpen. Zij had kanker en een jaar voordat zij stierf smeekte zij: “Voer het project uit, ontwikkel het verder, want niet iedereen heeft hier toegang tot artsen, medicijnen, of een vangnet van familie en vrienden. “Zorg ervoor dat wij een plek kunnen krijgen waar wij samen kunnen huilen.”

Bij terugkeer in Nederland heb ik gelijkgestemden gevonden, die vaak naast persoonlijke ervaringen zich ook als mens betrokken voelden en is Stichting Rebecca Lidwina opgericht om de zusterorganisatie in Roemenië, Stichting Casa Adela, en andere groepen in Oost-Europa te kunnen ondersteunen bij het uitvoeren van hun activiteiten. Rebeca Lidwina heeft als hoofddoel het opzetten van een hospice in Roemenië.

Rob Vrijenhoek

Tijdens één van mijn Spaanse lessen bij Ventu vertelde zij mij over haar droom om een Stichting te starten met als doel om in Roemenië ter plaatse hulp te gaan bieden aan terminaal zieke mensen, zowel aan ouderen als aan jongeren en aan de zeer armen. Ze heeft veel relaties en kennissen in o.a. medische kringen in het gebied rond Miercurea Ciuc, een plaats in het Noorden van Roemenië, die haar lokaal hierbij kunnen en willen ondersteunen.

Op de vraag van Ventu of ik in het Bestuur van de op te richten Sichting Rebeca Lidwina een plaats wilde innemen heb ik gelijk positief geantwoord. Ik wil graag mijn kennis en ervaring uit mijn actieve werkverleden inzetten om gezamenlijk dit project tot een succes te maken. Mijn werkverleden hield in dat ik als directeur verantwoordelijk was voor de groei en continuïteit van afdelingen en divisies bij een multinational concern in de elektrotechniek. Daarnaast heb ik in het directie-team de ontwikkeling, de bouw en de start van de exploitatie van een containerterminal in de Haven van Amsterdam kunnen realiseren.

Dat het beslist niet alleen om het sturen van geld voor de plaatselijke ondersteuning gaat, sprak mij bijzonder aan. Ook dat  met vrijwilligers, die kennis van zaken, hebben de ondersteuning ter plekke wordt geleverd vind ik een goed uitgangspunt. En doordat Ventu en haar man vele jaren in Roemenië hebben gewerkt is er in de communicatie geen taalprobleem.

Een ieder kan zich aan de hand van TV – beelden en verhalen van derden misschien een voorstelling maken van de vaak schrijnende, erbarmelijke omstandigheden waarin veel mensen – volwassenen en kinderen !! –  in dit gebied in Roemenië leven. Ik heb dit tijdens mijn bezoek in september j.l. ter plaatse gezien. Er is dringend hulp nodig, veel hulp!

De eerste resultaten van onze lokale zusterorganisatie Casa Adela zijn zichtbaar; niet alleen worden (terminaal) zieken, de zeer ouden en armen ondersteund, ook is er een project gestart in Balan waar met plaatselijke vrijwilligers een 20 –tal kansarme kinderen iedere zaterdag een paar uur bijeenkomen om gezamenlijk te spelen en een  lekkere maaltijd te genieten. Als je de blijde gezichten van deze kinderen aan de lange eettafel ziet dan weet je het zeker: We zijn heel goed bezig !

Ingen Bavelaar

Enige tijd geleden heb ik Ventu ontmoet en vertelde zij mij over haar droom om in Roemenië een hospice op te richten, maar ook om zieken en kinderen te helpen. Ik vond dit een mooie droom, “maar hoe maak je dit werkelijkheid?”, vroeg ik haar? “Met inzet, met hard werken en niet loslaten”, was het antwoord. En daarop vroeg zij  of ik het bestuur van Rebeca Lidwina wilde versterken, om mee te helpen dit te verwezenlijken. Na enig nadenken en kennismaken met de andere bestuursleden, heb ik ‘ja’ gezegd, want ik geloof er wel in dat je met volhouden en met elkaar, een verschil kan maken. Sinds de zomer van 2019 ben ik dan ook secretaris van Stichting Rebeca Lidwina.

Laat ik mij even voorstellen. Ik ben geboren in 1956 en zeg zelf altijd dat mijn ‘echte’ werkzame leven, ooit is begonnen bij de Anne Frank Stichting, waar ik na mijn studie startte als verantwoordelijke voor de afdeling Personeelszaken. Omdat de Anne Frank Stichting in die tijd enorm groeide en veel meer internationaal ging werken, kwamen ook die aspecten erbij. Niet alleen het werk, maar ook de groei en al die verschillende culturen bevielen mij erg en daar wilde ik meer mee doen. Vervolgens ben ik terecht gekomen in een internationale functie in Human Resources bij Deloitte. Een heel leerzame tijd maar ik kwam er wel achter, dat eigenlijk de veranderingen in de organisatie en hoe wij daar mee omgaan,  mij het meest boeien. Ook hoe je voor de mensen die er werken, het beste uit deze veranderingen kunt halen, zonder de opdracht van de organisatie uit het oog te verliezen. Vervolgens heb ik even voor een bank-verzekeraar gewerkt, die grote fusies in het vooruitzicht had, maar al snel leerde ik dat deze trajecten hun tijd nodig hebben. Ik besloot niet te wachten, maar die veranderingen zelf op te zoeken en ben een bedrijf gestart wat zich hier op richtte. Bijna 20 jaar heb ik bedrijven en instellingen ondersteund en geadviseerd, voornamelijk hoe om te gaan met grote en kleine veranderingen en met name, hoe om te gaan met alle organisatorische -en personele aspecten hiervan.

Het bedrijf is inmiddels beëindigd en ik geniet samen met mijn man en hond van onze vrije tijd. En in die vrije tijd is er nu weer meer aandacht en tijd voor andere dingen, zoals de droom van Ventu. Ik werk er graag aan mee om die te helpen verwezenlijken. Ik hoop dat u – als u dit leest – ook denkt: “daar wil ik aan bijdragen”. Laat dan een bericht achter op de site, u krijgt gegarandeerd antwoord.